Het verkeer ging vlot, ik was bijna thuis, toen ik moest remmen voor een politiecombi die de weg versperde. Geen probleem, ik ging rechts, achter de hoek ben ik thuis. In de zijstraat zag ik een donkere auto en twee mannen met walkie talkies. Op de hoek van de straat een politieauto en een agent met walkietalkie en een kogelvrije vest.
In onze straat liep ook zo een figuur rond, ik vond een parkeerplaats, vroeg aan een agent wat er aan de hand is? 'We zoeken een persoon', een mooi formeel antwoord.
Ik kwam thuis, klopte even aan het raam en werd vlug opengedaan, de overbuurvrouw, Karin, was bij ons.
Ze was tijdens het pianospelen opgeschrokken van mensen die aan haar deur en garagepoort rammelden. Haar man was in Düsseldorf, op een of andere voetbalmanifestatie waar sommige mensen een wonderlijk groot belang in stellen. In paniek was ze bij ons binnengevlucht, ondertussen stopte er een auto waar enkele gewapende mannen uitsprongen, agenten bleek later, die haar tuin inrenden. Ik kreeg eerst een aantal verwarde verhalen te horen, ondertussen daverde het glas van de veranda van de overvliegende helicopters.
Een spannende en verwarde situatie, ik voelde even aan de achterdeur, die niet op slot was, en sloot ze af.
Ondertussen liepen er allerlei figuren over straat met helmen en kogelvrije vesten. Toen een knal en een vuurpijl, de helicopter deed nog meer daveren, geroep....
Ik wou zo graag vertellen over ons prachtige kunstwerk, ('t is toch waar hé Robin), en de leuke les van Yves over muzische taal waar we een ander woord voor moeten zoeken, maar ik vond geen belangstellend publiek.
Tenslotte, zoals in elk goed verhaal, werden de schurken gevat. Karin kon met een bang hart terug naar huis, haar man kwam thuis van de Düsseldorfse match en de rust keerde weer.
Toen we gingen slapen vroeg ik aan Veerle, mijn vrouw, om toch even onder het bed te kijken. Ze keek niet, dus heb ik dat maar even gedaan.
Oef, er lagen alleen stofvlokken.